Present Simple — de eenvoudige tegenwoordige tijd in het Engels. Je gebruikt deze tijd voor gewoontes, feiten en roosters: I get up at seven, Cows eat grass. De hoofdregel past in één zin: bij he, she, it krijgt het werkwoord de uitgang -s, en bij ontkenningen en vragen gebruik je het hulpwerkwoord do / does. Op deze pagina vind je de vormingstabel, de -s / -es regels, tijdsaanduidingen, uitzonderingen, uitleg over veelgemaakte fouten en een oefening met 10 varianten.
Controleer jezelf: 10 varianten van 12 zinnen, uitleg na elk antwoord.
Open de trainerPresent Simple: wanneer gebruik je het
De Present Simple (eenvoudige tegenwoordige tijd) vertelt over dingen die in het algemeen, regelmatig of altijd gebeuren, en niet per se op dit moment. Dit is de meest gebruikte tijd in het Engels: je gebruikt het om over jezelf te praten, over je dagelijkse routine, gewoontes en hoe de wereld werkt.
Onthoud de belangrijkste vraag: hoe gaat het normaal gesproken? Als het antwoord «het gebeurt regelmatig» of «zo is het nu eenmaal» is — dan heb je de Present Simple nodig. Hieronder staan de vier typische gevallen.
Present Simple: vormingstabel — bevestigend, ontkennend, vragend
De hele tijd draait om één regel: bij de onderwerpen he, she, it (hij, zij, het) verandert het werkwoord, bij alle andere niet.
- Bevestigend. Neem het werkwoord in de stamvorm (V). Voor he, she, it voeg je de uitgang -s of -es toe.
- Ontkennend. Voor het werkwoord zet je het hulpwerkwoord don't (do not) of doesn't (does not, alleen voor he, she, it). Het werkwoord zelf blijft in de stamvorm.
- Vragend. Zet Do of Does aan het begin, daarna het onderwerp en het werkwoord in de stamvorm.
- Kort antwoord. Herhaal alleen het hulpwerkwoord: Yes, I do. No, she doesn't. Het hoofdwerkwoord is niet nodig in het korte antwoord.
| I, you, we, they | he, she, it |
|---|---|
| +Bevestigend | |
| VI work.They work. | V + s / esShe works.He watches. |
| −Ontkennend | |
| don't + VI don't work. | doesn't + VShe doesn't work. |
| ?Vragend | |
| Do + … + V?Do you work? | Does + … + V?Does she work? |
| !Kort antwoord | |
| Yes, I do.No, I don't. | Yes, she does.No, she doesn't. |
Uitgang -s / -es in Present Simple: schrijfwijze
De uitgang bij he, she, it wordt verschillend geschreven, afhankelijk van de laatste letter van het werkwoord. Er zijn vier regels, en die zijn hetzelfde als voor het meervoud van zelfstandige naamwoorden: box — boxes, city — cities.
De uitgang wordt ook op drie manieren uitgesproken: [s] na stemloze klanken (works), [z] na stemhebbende klanken en klinkers (reads, lives) en [ɪz] na sisklanken (washes, passes).
Ontkenning en vraag: don't / doesn't en Do / Does
Het belangrijkste geheim van ontkenning en vraag: de uitgang -s wordt maar één keer in de zin gebruikt. Zodra het hulpwerkwoord does verschijnt, neemt het de uitgang over en blijft het hoofdwerkwoord in de stamvorm. De meest gemaakte fout is daarom: doesn't lives, Does he lives? — de uitgang is dubbel geplaatst.
Vraagwoorden (where, what, when, why, how often) staan voor do / does: Where do they live? When does the film start? De volgorde blijft hetzelfde: vraagwoord → do / does → onderwerp → werkwoord.
De uitzondering is een vraag naar het onderwerp met het woord who of what: Who knows the way? Hier is geen hulpwerkwoord nodig en krijgt het werkwoord een -s, net als na he.
Tijdsaanduidingen in de Present Simple
Tijdsaanduidingen zijn woorden die aangeven dat een actie zich herhaalt. Als je always, usually of every day ziet, is het bijna zeker dat je de Present Simple nodig hebt.
Let op de plaats van de frequentiebijwoorden: She often visits her granny (voor het hoofdwerkwoord), maar She is often late (na is).
Wie is he, she, it: hoe maak je geen fouten met het onderwerp
De uitgang -s is niet alleen nodig na de woorden he, she, it zelf, maar na elk onderwerp dat je erdoor kunt vervangen. Stel jezelf daarom voor de keuze van de vorm de vraag: door welk voornaamwoord kan ik het onderwerp vervangen?
Als het onderwerp lang is (the girl with red hair), zoek dan het belangrijkste woord — girl, oftewel she. Woorden die na het belangrijkste woord staan, geven alleen extra informatie en hebben geen invloed op de vorm van het werkwoord.
- één naam of één voorwerp: Kevin, the teacher, my phone
- stofnaam of begrip: milk, music, money
- woorden op -body en -one: somebody, someone
- meerdere mensen of voorwerpen: my brothers, the trees
- twee personen met and: Kevin and Lena
- bijzonder meervoud zonder -s: people, men, mice
Uitzonderingen: have → has, do → does, go → goes
Bijna alle werkwoorden krijgen een -s volgens de vier bovenstaande regels. Onthoud deze drie meest voorkomende apart:
- have → has. Dit is het enige werkwoord dat bij he, she, it volledig verandert: I have a bike — My sister has long hair. In ontkenningen en vragen gebruik je weer have: She doesn't have a bike. Does he have a dog?
- do → does [dʌz] en go → goes [gəʊz] — worden geschreven volgens de regel «-o → -es», maar worden niet uitgesproken zoals je op basis van de letters zou denken.
En nog een groep: modale werkwoorden can, must, should krijgen nooit een uitgang: He can swim, en niet He cans swim.
Het werkwoord to be in de Present Simple
Het werkwoord to be (zijn, zich bevinden) heeft zijn eigen regels. Het heeft drie vormen — am, is, are — en heeft geen do / does nodig: de ontkenning maak je met het woordje not, en de vraag door de volgorde om te draaien.
She is ready. — She isn't ready. — Is she ready?
Meng to be niet met andere werkwoorden: I am go of She is likes — dat is een fout. Of I go, of I am at school.
| Bevestigend | Ontkennend | Vragend |
|---|---|---|
| I am | I am not | Am I…? |
| he, she, it is | he isn't | Is he…? |
| you, we, they are | they aren't | Are they…? |
Voorbeelden met uitleg
Voorbeeld 1. Van bevestigend naar ontkennend en vragend
Opdracht: maak een ontkenning en een vraag van de zin Kevin's sister studies Chinese.
Stap 1. Onderwerp Kevin's sister = she, dus het hulpwerkwoord is does.
Stap 2. Does neemt de uitgang over, het werkwoord keert terug naar de stamvorm: studies → study (i wordt weer y).
Antwoord: Kevin's sister doesn't study Chinese. Does Kevin's sister study Chinese?
Voorbeeld 2. Uitgang na -ch
Opdracht: Mrs Lee ___ (teach) history at the local school.
Stap 1. Mrs Lee = she → vorm met uitgang nodig.
Stap 2. Werkwoord eindigt op -ch → schrijf -es.
Antwoord: Mrs Lee teaches history at the local school. — Mevrouw Lee geeft geschiedenisles op de plaatselijke school.
Voorbeeld 3. Vraag met een vraagwoord
Opdracht: stel een vraag met waar? bij de zin My cousins live in Kazan.
Stap 1. My cousins = they → hulpwerkwoord do.
Stap 2. Volgorde: Where → do → onderwerp → werkwoord.
Antwoord: Where do your cousins live?
Voorbeeld 4. Valstrik met het onderwerp
Opdracht: The people next door ___ (have) a big dog.
Stap 1. Belangrijkste woord — people. Er staat geen -s aan het eind, maar het is meervoud («mensen») = they.
Stap 2. Bij they verandert het werkwoord have niet.
Antwoord: The people next door have a big dog. — De buren hebben een grote hond.
Veelgemaakte fouten in de Present Simple
-
Vergeten de uitgang bij he, she, it: ❌ My dad work in a bank.
Onderwerp my dad = he, dus ✅ My dad works in a bank.
-
De uitgang dubbel plaatsen — zowel bij does als bij het werkwoord: ❌ She doesn't speaks German. ❌ Does he lives here?
Er is maar één uitgang -s in de zin, die wordt overgenomen door does: ✅ She doesn't speak German. Does he live here?
-
Do en does verwarren: ❌ Do Lena like dogs? ❌ He don't know.
Bij he, she, it — alleen does: ✅ Does Lena like dogs? He doesn't know.
-
De uitgang schrijven zonder regels: ❌ studys, watchs, gos.
Medeklinker + y → -ies, na ch, sh, s, x, o → -es: ✅ studies, watches, goes.
-
Am / is / are toevoegen aan een gewoon werkwoord: ❌ I am go to school. ❌ She is likes music.
To be en een ander werkwoord komen niet samen voor in een bevestigende zin in de Present Simple: ✅ I go to school. She likes music.
-
Een -s plaatsen na can of must: ❌ He cans swim.
Modale werkwoorden veranderen niet, en het werkwoord erna ook niet: ✅ He can swim.
Vragen en antwoorden
Wat is de Present Simple in eenvoudige woorden?
Het is de eenvoudige tegenwoordige tijd in het Engels. Het beschrijft dingen die regelmatig gebeuren of altijd waar zijn: gewoontes, feiten, roosters, gevoelens en toestanden. Bijvoorbeeld: I get up at seven — ik sta om zeven uur op (elke dag).
Wanneer voeg je -s toe aan een werkwoord, en wanneer -es?
De uitgang is alleen nodig bij he, she, it in een bevestigende zin. Meestal voeg je -s toe (works), na s, ss, sh, ch, x, z en o — -es (washes, goes), na een medeklinker + y — y verandert in i en je voegt -es toe (studies).
Hoe vorm je een ontkenning in de Present Simple?
Voor het werkwoord zet je don't (do not) of doesn't (does not — alleen voor he, she, it), en het werkwoord zelf blijft in de stamvorm: I don't work, she doesn't work.
Hoe stel je een vraag in de Present Simple?
Zet Do of Does voor het onderwerp en laat het werkwoord in de stamvorm: Do you work? Does she work? Een vraagwoord zet je helemaal vooraan: Where does she work?
Welke tijdsaanduidingen horen bij de Present Simple?
Frequentiebijwoorden always, usually, often, sometimes, rarely, never en uitdrukkingen every day, every week, on Mondays, at the weekend, once a week, in the morning.
Wat is het verschil tussen Present Simple en Present Continuous?
Present Simple — over dingen die regelmatig gebeuren (He plays chess on Sundays), en Present Continuous — over dingen die op dit moment gebeuren (He is playing chess now). Signaalwoorden voor Present Continuous zijn — now, at the moment, look!
Heb je do / does nodig bij het werkwoord to be?
Nee. To be heeft zijn eigen vormen am, is, are: ontkenning — met not (She isn't at home), vraag — door de volgorde om te draaien (Is she at home?).
In welke groep leer je de Present Simple?
De kennismaking begint op de basisschool, meestal in groep 5 of 6, met eenvoudige bevestigende zinnen zoals I like… Ontkenningen en vragen met do / does worden geoefend in groep 6-8, en in de brugklas wordt de Present Simple vergeleken met de Present Continuous.